1. INLEIDING

1.1. ALGEMEEN


Het herkennen van ziekten is vaak niet gemakkelijk omdat de symptomen sterk op elkaar gelijken. Gelukkig zijn de meeste ziekten d.m.v. een klein aantal breedwerkende mediceinen te bestrijden.
Haal geen verschillende kuren door elkaar. Medicijnen mengen kan zeer schadelijk zijn. (alcohol drink je ook niet tijdens een anti-biotica kuur.)
Uiteraard kan een discus ziek worden maar loop niet al te vlug naar de medicijnkast.
Vooreerst stel je een juiste diagnose en je behandelt daarna op een corecte manier.
Wees voorzichtig met preventieve behandelingen. Uw vissen kunnen resistent worden en het verhoogd onnodig stress.
Moet je toch medicijnen toedienen, controleer dan eerst de kwaliteit van het water. Verkeerde waterwaardes kunnen de kuur nadelig beïnvloeden. Controleer daarom eerst de ph en ook de andere waarden.
Gebruik geen antibiotica,alleen als het echt nodig is.
Veel produkten worden snel afgebroken in een basis milieu en zuur water versterkt over het algemeen de medicatie. Verwijder actieve kool uit de filter alvorens met een midiceinbehandeling te beginnen, actieve kool absorbeert namelijk de mediceinen uit het water.


1.2 EEN AANTAL UITERLIJKE KENMERKEN KUNNEN ONS ALARMEREN OVER EEN AANWEZIGE ZIEKTE.

  • Vissen sterven.
  • Vissen ademen kort.
  • Kieuwen hebben een rode kleur.
  • snel wapperen van de kieuwdeksels.
  • witte punten op lichaam en vinnen.
  • rode vlekken.
  • witte schimmel.
  • doffe vlekken op de huid.
  • verliezen hun kleuren.
  • verwondingen.
  • gaten in de koppartij
  • opzwellen of vermageren van de vis. (weigeren van voedsel)
  • uitpuilende ogen.
  • zijlijn te zichtbaar
  • hun gedragingen. (rusteloos en afgezonderd of hyperactief)


  • 1.3 REDEN WAAROM EEN HEEL AANTAL VAN DE MEEST VOORKOMENDE ZIEKTEN ONTSTAAN BIJ DE IMPORTEURS EN GROOTHANDELAARS.

  • Besmetting gaat over van de ene bak naar de andere.
  • Ziekten zijn reeds in de bakken. Bakken worden vaak behandeld zodat de ziektekiemen resistent worden.
  • Geen juiste temperatuur voor dat soort vis.
  • Temperatuurschommelingen.
  • De waterwaardes voldoen niet aan de eisen van de vis.
  • Verandering van de watersamenstelling.
  • Er is geen aangepaste voeding.
  • Er worden teveel vissen in 1 bak gehouden.
  • Vissen die qua gedrag en watersamenstelling in dezelfde bak worden geplaatst.
  • Door transport verminderd de weerstand van de vissen.


  • 1.4 HOE KUNNEN PARASIETEN IN HET AQUARIUM TERECHT KOMEN ?

  • Door besmette planten.
  • Door besmette handen of gereedschap.
  • Door reeds besmette vissen.
  • Door slakken.
  • Door besmette voeding. (vb. levende Tubifex)


  • 1.5 HOE MOET EEN GEZONDE VIS ERUIT ZIEN ?

  • De vis moet actief zijn, mag niet op de bodem blijven liggen.
  • Hij moet mooi op kleur zijn en heeft een normaal gladde huid. Discus begint pas langzaam te kleuren na 4 maand.
  • Zijn ademhaling moet rustig zijn, mag zeker niet bij voldoende luchttoevoer snakken naar adem.
  • De kieuwen liggen naast de kop.
  • De vis moet een goede eetlust vertonen.
  • Zijn ontlasting is donker en zeker niet wit of slijmachtig.
  • Zijn vinnen en staart staan mooi open.


  • 2 INDELING VAN DE ZIEKTEN

    2.1 VIRALE INFECTIES

    Omdat er over virale infecties bij vissen maar weinig gekend is kunnen enkel de uiterlijke ziektebeelden een virale ziekte aanwijzen. Deze ziektebeelden kunnen snel met andere infecties verwisseld worden.
    Een afdoend geneesmiddel tegen Virale infecties is nog niet gevonden. Voorkomen kan men wel door de vissen in optimale omstandigheden te houden (voeding en waterwaardes)

    2.2 BACTERIËLE INFECTIES

    2.2.1 WAT IS EEN BACTERIËLE INFECTIE

    Is een ontsteking van binnenuit. Een onderhuids ontstaan van rode vlekken die naar buiten doorbreken waardoor er een gat ontstaat.
    De vis blijft tot het laatste moment zijn eetlust bewaren.
    Goede bacterien zorgen voor de afbraak van van NO2 , NO3 en N04 Maar er zijn ook schadelijke bacterien aanwezig in elk aquarium. Wil je bacteriele infecties zoveel mogelijk voorkomen zorg dan vooreerst voor een regelmatige waterwissel , temperatuur 30° of meer en een afwisselende voeding. Zwakke dieren zijn zeer gevoelig voor bacteriele infecties.
    Een bacteriële aandoening zal zelden uit zichzelf verdwijnen.
    Weet je zeker dat je een bacteriele infectie in je bak hebt , verlaag dan de temperatuur naar een kleine 28° dit omdat bacterien zich zeer snel vermenigvuldigen in warm water. De temperatuur verhogen doe je wanneer je zeker bent te maken te hebben met schimmel of wormen.

    2.2.2 BACTERIËLE INFECTIES KUNNEN ONDERVERDEELD WORDEN IN SOORTEN

    2.2.2.1 BACTERIËLE INFECTIE VAN DE HUID

    De vis vertoont kleine rode vlekken en begint gaan te schuren. Elke dag zullen er sterfgevallen zijn.
    Behandelen met F.M.C.

    2.2.2.2 BACTERIËLE KIEUWINFECTIE

    De slijmhuid van de erg gevoelige kieuwbladen zijn door parasieten verwond, zij worden grijs en sterven af.
    De kieuwwormen kunnen , doordat de kieuwen sterk zijn doorbloed , in de bloedstroom in het lichaam terecht komen en dan ook voor inwendige problemen zorgen.

    2.2.2.3 COLUMNARIS

    De staartwortel wordt rood en de schubben ruig door huidbarsten.
    Te herkennen aan een donslaag van dicht bij elkaar staande draadjes aan de mond , vinnen en schubranden.
    Het is zeer besmettelijk en men denkt direct aan discuspest.
    Deze ziekte komt gelukkig weinig voor bij discussen.

    2.2.2.4 VIN-EN STAARTROT

    Wordt veroorzaakt door verschillende bacteriën ; aeromonas, pseudomonas en mytobacteriën. Een erste zichtbaar kenmerk zijn de doffe vlekken op de vinnen en wat later worden de vinranden wit. Door afstervend weefsel worden de fel doorbloede bloedvaten zichtbaar net achter het afgestorven weefsel. Door ontsteking is ook de staartwortel rood gekleurd. De huid is op verschillende plaatsen op het lichaam kapot waardoor er een zweer ontstaat. Oorzaaken van vinrot zijn voornamelijk te zoeken bij transport, beschadiging bij vangst of overbezetting van het aquarium. Behandeling : met antibiotica.

    2.2.2.5 BUIKWATERZUCHT

    Is een bacteriele darminfectie dat zich te kenne laat in een slijmerige ontlasting. Eetlust verminderd , niet meer verteren van voedsel. Darmen vergaan en functioneren niet meer. Het is een pijnlijke lijdensweg en eindigd wanneer de urine niet meer kan worden afgescheidenen zich ophoopt op andere plaatsen zoals in de schubzakken of achter de ogen. Visuele herkenning : uitpuilende ogen , openstaande schubben ,en gezwollen lichaam.
    Behandeling : onbekend

    2.2.2.6 UITPUILENDE OGEN OF POP-EYE

    De oorzaak kan te vinden zijn bij een bacteriële infectie achter het oog maar aantasting door parasieten, slechte waterkwaliteit of storingen in het metabolisme kunne mede de oorzaak zijn. Eén of beide ogen puilen uit op een ongewone manier. De ziekte blijkt zelden besmettelijk te zijn en is maar tijdelijk. Indien de symptomen blijven en meerdere vissen worden aangetast dan zal er zeker iets mis zijn met de waterwaarden of er is een infectie. We plaatsen de vis apart en behandelen hem met een antibiotica met breedwerkend spectrum.

    2.2.2.7 AEROMONAS EN PSEUDOMONAS

    Veroorzaken rode vlekken en bloederige ontstekingen op de huid. Bacteriën bij deze ziekte dringen door tot in het spierweefsel van de vis. In een verder stadium worden ook andere organen aangetast. Komt voor bij koudwatervissen ; bij tropische vissen is er nog weinig van bekend.

    2.2.2.8 VISTUBERCULOZE

    Vistuberculoze is een inwendige bacteriële infectie
    De uiterlijke symptomen :
    - Het snel vermageren, in een aantal gevallen een ingevallen buik, in de andere gevallen een opgezwollen buik.
    - Hun eetlust, levenslust en kleur verminderd.
    - Deze ziekte gaat eventueel samen met vinrot, huidzweren en uitpuilende ogen.
    De ziekte wordt overgedragen via de kieuwen of via wonden.
    Ze is erg besmettelijk en kan worden overgedragen op de mens.
    Een bestrijding is van dit onheil is praktisch onmogelijk omdat de bacteriën zich ophouden in de ingewanden van de vis en daar heel moeilijk te bestrijden zijn.

    2.2.2.9 ZWEMBLAASAANDOENINGEN

    Een bacteriële infectie of een plotse verandering van temperatuur kan de oorzaak zijn van deze ziekte. De vis zwemt niet meer in een normale positie maar op zijn zij, rug of kop.
    De ziekte treedt vaak spontaan op waarbij andere aquariumbewoners gespaard blijven.
    Discussen die hiervoor vatbaar zijn, hebben van bij hun geboorte een misvorme zwemblaas.Deze visjes zullen niet beteren en laat je beter niet verder leven.
    Nog niet zovele jaren terug werd een kopstaand discus beschouwd als reddeloos verloren. Vast staat dat deze aandoening heel wat ernstiger is dan de meest andere aandoeningen. Hoe eerder de aandoening vastgesteld wordt en hoe jonger de vissen, bijvoorbeeld 1 jaar oud, hoe beter ze zullen reageren op de behandeling, en de kans op geheel herstel reëel mag genoemd worden.
    Oorzaak:
    Een vis, dus ook onze discussen, gebruiken hun zwemblaas om omhoog en/of omlaag te bewegen. Een opening de Sphincter genaamd zorgt ervoor dat de lucht in en uit de zwemblaas kan. Wanneer hier een probleem ontstaat door blokkade in de spijsvertering, of door wormen of andere obstructies waardoor het gas niet meer kan ontsnappen. Dit overschot van lucht en gas is de oorzaak dat vissen omvallen. Zolang het niet gaat om een bacteriële infectie zijn een aantal remedies afdoende. Vaak zijn de oorzaken van kopstaanders echter interne besmettingen.
    Behandeling:
    Haal zoveel mogelijk de druk van de zwemblaas af, dit kan u doen door hem in een kleiner aquarium onder te brengen, de temperatuur wat te doen stijgen en het waterniveau te verlagen, maar wel zodanig dat de vis nog kan bewegen. Meest voorkomende zwemblaasprobleem is een blokkade in het spijsverteringstelsel. In dit geval is Engels zout aangewezen gezien de relaxerende werking hiervan.
    Bereiding:
    Gebruik runderhart; indien de vissen dit niet gewoon zijn neem dan levende rode muggen larven. Voeg één eetlepel Engels zout toe per 900 gram voedsel. Kneed runderhart of muggenlarven goed door elkaar en doe deze mengeling in de diepvries. Geef de vissen een twaalftal uur geen eten zodat ze voldoende honger hebben. Controleer of de vissen wel degelijk uitwerpsels afgeven.
    Interne besmettingen:
    In vele gevallen van kopstaanders zijn interne besmettingen de oorzaak. Neem hiervoor Panacur voor honden tot 4.5 kg. Dit bevat 22% Fenbendazol. Gebruik hiervoor dezelfde dosering als met het Engels zout. De behandeling spreidt men best over 2 keer/dag vb: ’s morgens en ’s avonds. Na een zestal dagen de behandeling hernemen om de uitgekomen eitjes te behandelen die bij de eerste kuur niet gedood werden. Hou rekening dat de behandeling in het voer betere resultaten geeft dan medicatie in het water, gezien de wormen in het darmsysteem zitten. Let wel: deze behandelingen gelden enkel voor interne besmettingen en niet voor bacteriële infecties.
    Verandert de vis niet bij 1 van deze behandelingen is het beter hem uit zijn lijden te verlossen en hem pijnloos te doden.


    2.3 SCHIMMEL INFECTIES

    2.3.1 WAT IS EEN SCHIMMEL

    Schimmel is een secundaire aandoening, dus geen ziekte maar een gevolg van de oorzaak. De meeste schimmels bestaan uit lange draden die samen als het ware een netje vormen. Meestal voeden ze zich met organische afvalstoffen. Verwijder dode vissen uit het aquarium daar zij de ideale voedingsbron zijn voor schimmels. Een vis wordt pas besmet wanner hij zwak is of een verwondig heeft opgelopen. Ook slechte waterwaarden kunnen de slijmhuid van de vis aantasten. De meest gekende die onze vissen kunnen besmetten zijn herkenbaar aan de watachtige structuur die dicht klappen bij het boven water zijn. Behandelen doen we met een zoutoplossing. We voegen op 10 liter aquariumwater 200gr. jodiumzout toe. Eens het zout is opgelost in het water plaats je de vis in de emmer zolang tot hij het moeilijk krijgt (max. 2min. anders sterft hij). Plaats hem nu in quarantaine en bestrijd nu de oorzaak !

    2.4 EENCELLIGE PARASIETEN

    2.4.1 WAT ZIJN EENCELLIGE PARASIETEN ?

    Zijn er veranderingen aan de huid merkbaar dan hebben we doorgaans te maken met eencellige parasieten. Een verdikte slijmhuid resulteert in een doffe kleur en sommige eencellige parasieten veroorzaken puntjes op huid en vinnen.

    2.4.2 FLAGELATEN

    Flagelaten zijn eencellige zweephaardiertjes die zich nestelen in de organen van de vis (darmen) en zich voortbewegen met lange haartjes. Het mager worden, de witte, lange en slijmerige ontlasting van de vis en een wat gezwollen buik zijn de voornamelijkste kenmerken. We behandelen deze ziekte het best met metronidazole.
    Behandeling :
    Een doeltrffende manier om de oorzaak te bestrijden is door de parazieten ter plaatsen aan te pakken.
    Dit doen we best door levende muggelarven te baden in een halve emmer water waaraan 1/2 gr. metronidazole is toegevoegd. Uiteraard kan men de waterhoeveelheid aanpassen aan de hoeveelheid larven.
    Zodra de eerste sterven vriest men ze levend in. We voeren de besmette dieren 2 x daags met deze larven en houden de kuur een 8-tal dagen vol.
    Voorzie je tijdig van levende muggelarven, altijd zijn ze niet in voorraad. Vertonen je dieren de symptomen van darmflagelaten, dan ben je er als de kippen bij.
    Wanneer de vissen niet meer eten dan zal je metronidazole in het water moeten doen. Ja, vissen drinken natuurlijk ook.
    1 gram op 100 liter water gedurende 4 dagen. Deze kuur herhaal je 3 keer, dus heb je voor een 200 literbak 2 gram x 3 keer = 6 gram nodig. Vooraf eerst 50% water verversen en bodem afhevelen. Tijdens de kuur hoef je niet veel te voeren. Vermids ze toch niet veel eten vervuilt dit enkel maar je water. Tussen de 3 kuren ververs je je water telkens voor 30 % en filter je 1 dag over actieve kool. Het filteren over actieve kool doe je omdat de aanwezige metronidazole na 4 dagen toksis kan worden.

    2.4.3 CILIATEN OF WIMPERDIERTJES

    Hebben over het hele lichaam trilhaartjes verspreid.

    2.4.4 SPOROZOA

    De kleur verdwijnt op het lichaam en de vis zwemt wankelend. Verspreiding over het hele lichaam waardoor bestrijding praktisch onmogelijk is. Behandelen met antibiotica.

    2.4.5 WITTE STIP

    Veroorzaakt door trilhaardiertjes die zich nestelen op vinnen, kieuwen en huid. Vis reageert door door met slijmhuid het diertje in te pakken waardoor een cyste ontstaat. Het trilhaardiertje breekt uit het slijmhuidkapsel, vermenigvuldigt zich in het water en moet binnen de 72 uur een gastheer vinden of het sterft.
    Behandelen met F.M.C. Laat de ziekte bij anders gezonde dieren uitbroeden. Verhoog daarvoor enkel de temperatuur zodat het ongedierte minder tijd heeft om een gastheer te vinden.

    2.4.6 PEPER STIP

    Idem aan witte stip enig verschil dat de zweepdiertjes binnen de 24 uur een gastheer moeten vinden.
    Behandelen met F.M.C.

    2.4.7 GATENZIEKTE

    Het zweepdierte gaat de oorzaak zijn van deze ziekte mede mogelijk gemaakt door overbevolking , temperatuurschommelingen, onhygiënische omstandigheden, laag zuurstofgehalte en slechte voeding. Onder deze omstandigheden slaan flagelaten toe en boren ze zich door de darmwand en zie je vaak dat deze parasieten zich een weg naar buiten vreten. Kleine kratertjes verschijnen vooral in de kopstreek . Uit deze kratertjes komen er vaak geelachtige slijmdraden uit waardoor men kan denken dat het hier om een worminfectie gaat. De aangetaste vissen gaan vermageren door verlies aan eetlust. Hun ontlasting is draderig en bleek. Behandelen kan gebeuren via medicatie in het voer ( zie flagelaten ). Door verlies aan eetlust is het praktisch onmogelijk dit via deze weg te doen.
    De reeds besmette vissen zullen in karantaine moeten geplaatst worden en behandeld worden met medicatie in het water.
    ( Met dank aan Dusty van discuscentraal voor de afbeelding)

    2.5 PARASITAIRE WORMINFECTIES

    Zijn gewone inwendige en uitwendige wormen waarvan de vis vermagert maar de eetlust niet verliest. Zelfs geen witte ontlasting. Runderhart is een fijne bron van wormen. De wormen op hun beurt zijn gastheer voor flagelaten. Behandelen met flubenol of ontwormingsmiddel.

    2.5.1 KIEUWWORMEN OF DACTYLOGYRUS

    De kieuwworm is niet levendbarend en legt eieren (op bodem en in de filter) die, eens zijn uitgekomen opzoek gaan naar de kieuwen om zich te ontwikkelen tot volwassen wormen.
    Kieuwwormen zijn tweeslachtig.
    De besmette vis zwemt met openstaande kieuwen, vaak 1 kieuw gesloten. Hij wordt donkerder van kleur en schuurt zich overal tegenaan.
    Behandeling : Vraag aan de apotheker een stamoplossing te maken van : 50 gr. flubenol op 50 gr. d.m.s.o. (Dimethyl Sulphoxide) aanvullen met 1 liter gedistileerd water. Vertrek met zuiver aquariumwater. Voeg 4 mL van de stamoplossing bij elke 100 l aquariumwater. De behandeling duurt 6 dagen . Vervolgens 4 dagen terug op zuiver aquariumwater d.m.v. inbrengen van houtskoolfilter of een waterwissel. Herhaal de behandeling opnieuw voor 6 dagen . Zorg ervoor dat de medicatie voledig is verdwenen. Dit doe je d.m.v. waterwissel en houtskoolfilter ( medicatie kan toxich worden.)

    2.5.2 HUIDWORMEN OF GYRODACTYLUS

    De huidworm is levendbarend wat betekend dat hij geen gasheer nodig heeft om zich te vermenigvuldigen. Verschillende generaties zijn al aanwezig in één worm.
    Huidwormen hebben geen ogen en aan één uiteinde van het lichaaml beschikt hij over een aantal haakje waarmee hij zich vastklampt aan de vis. Aan de andere kant een dubbel einde.
    Vissen kunnen elkaar in hetzelfde water besmetten. Men kan het herkennen aan de troebele en bloedige plekken op de huid. Vissen schuren zich tegen alle voorwerpen, krijgen een donkere kleur en worden mager. De rode vlekken duiden op bijkomende bacteriële infectie.
    Eveneens te behandelen met flubenol.

    2.5.3 HAAKWORMEN

    Zijn centimeters lange ronde wormen zonder mond, darm en anus. Hun voeding nemen ze via hun met haartjes bezette lichaam uit de slijmhuid van de visdarm. 1 of 2 tussengastheren dienen voor hun ontwikkeling. Kenmerken zijn ; witte slijmerige ontlasting, opzwellen of vermageren van de vis. Behandelen is vaak niet mogelijk.

    2.5.4 DRAADWORMEN

    Zijn heel kleine buisvormige wormpjes van 1 à 2 mm lang die in de organen (darmen) nestelen. Ze kunnen zichtbaar uit de anus komen. De mannelijke worm is iets kleineren en onderscheid zich van het vrouwtje door de doorn aan het achtereinde. De vis wordt zowel als tusengastheer als eindgastheer gebruikt waarbij bij deze laatste watervlooiën als tussengastheer fungeren. Vis wordt mager. In het begin eten ze nog, later gaan ze voedsel weigeren omdat de ontsteking wonden in de darm veroorzaken. De ontlasting is wit. De symptomen lijken op flagelaten Behandelen met metronidazole of een anti-wormmiddel zoals Droncit. Na 14 dagen opnieuw.

    2.5.5 LINTWORMEN

    Lintwormen zijn lange dunne wormen die meestal voorkomen in de darmen, maar hun larven kunnen zich als knobbeltjes in andere organen ontwikkelen. De ontwikkeling kan, afhankelijk van de soort, via 1 of 2 gastheren gebeuren. Als de worm als parasiet in de vis aanwezig is kunnen Tubifex als tussengastheer fungeren. Ook discussen zijn maar een tussengastheer voor de worm. Bij vogels vinden we volwassen lintwormen terug. Kenmerken kunnen zijn : bloedarmoede, vermageren door voedsel weigering en uitpuilende ogen. De vis kan opzwellen omdat de darm vaak is ontstoken en verstopt. Vooral voorkomend bij wildvangvissen. Behandelen is vaak niet mogelijk. Door af te zien van levend voer zoals Cyclops, Diapomuskreeftjes en tubifexwormen kunnen we de verspreiding stoppen.

    2.6 PARASITAIRE KREEFTACHTIGEN

    2.6.1 VISLUIZEN

    Visluizen behoren tot de geleedpotigen, hebben voelsprieten en een groot schild rond kop en borststuk. Hun levenswijze is parasitair. Hun mond is een zuigmap waarmee ze zich vasthechten aan hun gastheer.

    3 BEHANDELINGSMETODEN

    3.1 DRONCIT

    Doel : Bestrijden van worminfecties Behandeling : Voeg 1 tablet droncit (verpulverd of los op in een klein beetje lauw water) toe aan 800 gr voeding . Zorg ervoor dat uw vissen de vorige dag weinig of geen eten hebben gehad, zodat ze hongerig zijn en het weinige eten dat u ze nu geeft vlug wordt weggewerkt. Hou deze behandeling 4 dagen aan, geef ze dan weer 2 dagen weinig eten en hehaal de kuur opnieuw 4 dagen.

    3.2 ZOUTWATERBAD

    Doel : Het doel van een zoutwaterbad is het bevorderen van de slijmhuidproductie zodat de vis terug kan weerstand bieden tegen de opgelopen infectie. Het zout dient om huidparasieten te doden. Door toevoeging van ong. 3% zout gaat de parasiet het zout evenwicht proberen te herstellen door H2O uit te stoten, hierdoor gaat de parasiet uitdrogen en sterven. Behandeling : We nemen, om onze behandeling veilig te houden, 1,5 % jodiumvrij zout of zeezout. 1,5 % = 15 gr of 1 eetlepel per liter. We lossen het zout volledig op in een emmer gevuld met aquariumwater. Enkel indien het aquariumwater de juiste waterwaardes heeft, indien niet neem je water uit je aangelegde reservoir dat deze waardes wel benadert en breng het op de temperatuur van het aquariumwater. De tijd dat de vis in de emmers moet blijven hangt af van zijn eigen gedrag. Doorgaans is dit rond de 5 min. mag oplopen tot max. 30 min. Laat de vis dus nooit alleen. Zijn kleur gaat veranderen en zijn ademhaling neemt toe. Je neemt de vis uit de emmer wanneer hij op zijn kant gaat zwemmen of wanneer zijn ademhaling sterk terug afneemt.als de vis enkele minuten terug in het aquarium zit zou hij normaal moeten zwemmen. De behandeling kan je meerder malen per dag uitvoeren en dit een aantal dagen na elkaar, dit zolang tot de de zichtbare symptomen van de infectie zijn verdwenen.
    Wildvang zijn gevoeliger voor zouten of zoutbaden, dus opletten, zeer zeker met heckels.
    Zout toevoeging, kan men niet verwijderen door over kool te filteren, alleen met water te verversen.
    Zout is schadelijk voor uw planten en bep. filtermaterialen.
    Pas best geen zoutbehandeling toe in combinatie met andere medicamenten.

    3.3 METYLEENBLAUW

    Wanneer : Als de vis lusteloos is, donker van kleur, als hij vlugger ademt, zich overal begint tegen te schuren. Doel : De vis vrijmaken van huidparasieten Behandeling : Doe methyleenblauw in het aquariumwater (te veel is niet schadelijk, wel voor je portomoné) en breng de temp. op 32°. De temperatuur verhogen enkel in geval dat je zeker bent van een worminfectie of schimmel. De temperatuur verlagen wanneer je zeker bent van een bacteriële infectie.

    3.4 F.M.C

    De stamoplossing van dit mengsel bestaat uit :

  • 1 liter Formol 37 -40 %
  • 3,7 gr. methyleenblauw
  • 3,7 gr. Malagietgroen-oxalaat (zink vrij)


  • 3.5. TIPS

    Ontsmetten van mogelijk besmette materialen : Reinigen met bleekwater en nadien vele malen naspoelen. Leg je het bedenkelijk materiaal een 14-tal dagen op een droge plaats dan verdwijnen alle bacterien door gebrek aan een gastheer.
    Bij gebruik van flubenol, de temp. van 28gr niet overschrijden.
    Sommige medicatie, waaronder metrodinazool werken het best met hoge temperaturen. Ook het licht heeft de neiging van veel medicatie af te breken.
    Bij de gebruiksaanwijzing van veel middeltjes die men in de winkel koopt, staat dit dikwijls niet vermeld maar het is wel degelijk belangrijk.

    3.6. VEREENVOUDIGD SCHEMA

    Overzicht visziekten